Als we gezellig samen een filmpje kijken, hoor ik iemand daarin zeggen: "Verslaving is de enige gevangenis met de sloten aan de binnenkant." Ik schiet meteen plaatjes bij deze zin. Ik kan me er alles bij voorstellen. Perfect gevonden. Mezelf lekker met mijn verslaving opsluiten en niemand die erbij kan als ik dat niet wil. Geen goede raad, geen bemoeienis, geen opgeheven vinger.

Zolang ik met mijn verslaving ben, ben ik niet alleeen. Ik voel me goed, tevreden en heb niemand nodig. Schijt aan de wereld, terwijl ik diep van binnen wel beter weet. Een verslaving betekent ook vaak een minder sociaal gedrag, want de verslaving gaat altijd voor. Het kost veel tijd en vaak ook veel geld.

Wat ik ergens wel besef, maar me niet voor kan stellen, is dat het mogelijk is om van de verslaving af te komen. Dat dat een bevrijding is. Dat ik dan weer baas ben over mijn leven. Maar het punt is: IK WIL DAT NIET. Ik heb de deur op slot gedaan. Niemand kan me helpen.

Ja, ik ken dat wel. Ik had namelijk nooit gedacht ooit van het roken af te komen. Wat een hel was dat, maar ik ben zo gruwelijk blij dat het me gelukt is. Het is inderdaad een enorme bevrijding.

Als ik zo kijk naar een gevangenis met sloten aan de binnenkant, besef ik dat dit ook voor de overlevingsstrategieën geldt. Een tunnelvisie van het brein dat zegt: "Als je het nu zo aanpakt Bregtje, dan ben je veilig. Dan wordt jou geen pijn meer gedaan. Nee, niet veranderen. Doe nu maar wat ik zeg, want dat heeft uitstekend gewerkt tot nu toe."

De overlevingsstrategieën heb ik aangemaakt in situaties die te pijnlijk, bedreigend of eenzaam waren om te verwerken. Het is heel lastig om die overlevingsstrategieën weg te doen, want mijn brein houdt halsstarrig vol, dat het zonder te gevaarlijk is.

Het is niet zo dat ik de sloten aan de binnekant op slot doe, aan de binnenkant van mijn vel zeg maar, maar er zit een gevangenisje in mijn hoofd met een poppetje erin die de boel op slot heeft gedaan. Ik heb daar zelf ook geen toegang toe.

We hebben allemaal zo'n gevangenisje in ons hoofd met sloten aan de binnenkant en een poppetje erin die de boel op slot draait als het leven te heftig wordt. Daarom helpt praten ook niet als we getraumatiseerd zijn. Het brein staat niet toe dat we overlevingsstrategieën in de prullenbak doen. Het poppetje staat dat niet toe. De deur zit stevig op slot.

De gevangenis is een klein amandelvormig gebiedje in onze hersenen, waarin onze overlevingsstrategieën als boeken in een bibliotheek zijn opgeslagen. De amygdala. We hebben er twee van. Een wat meer naar rechts en de ander wat meer naar links in de hersenen.

Willen we hier invloed op hebben, dan moeten we om de waarschuwende vinger (het poppetje) van ons brein heen. Dat kan met methodes die werken op het onbewuste. Methodes als EMDR (Eye Movement Desensitization and Reprocessing), SE (Somatic Experiencing) of Logosynthese.

Op die manier kunnen emoties geneutraliseerd worden op het thema waar we last van hebben. Dan gaan de sloten open en kan het thema zonder belemmerende emoties opgeslagen worden in andere delen van ons brein. Dan hebben we er geen last meer van. Het geeft opluchting, bevrijding en een nieuw zicht op de situatie. Want emoties blokkeren het zicht en het denken. Een overlevingsstrategie bestaat dus bij de genade van de emoties die erop zitten. Zijn de emoties geneutraliseerd, dan bestaat de overlevingsstrategie niet meer of is verminderd aan kracht.

Zit je vast en weet je niet meer hoe je verder moet? Dan is dit het moment waarop je deze gevangenis als beperkend gaat ervaren. Het voelt niet meer veilig, want het biedt geen oplossing, het schiet tekort. Het is een belangrijk moment om onderliggende vastzittende emoties te neutraliseren, de energie te bevrijden die het kost om de boel achter slot en grendel te houden en deze vrijgemaakte energie te gebruiken om je doelen te behalen.