'Als je eenzaam bent, heb je het gevoel dat niemand van je houdt'. Deze zin in een boek blijft me bezighouden. Ik heb eenzaamheid nog niet eerder zo gedefinieerd gezien. Maar klopt het ook?

Wat me meteen te binnen schiet is de gruwelijke eenzaamheid rond de echtscheiding. Niet per se daarna, maar ook voor de scheiding. Doen alsof er niets aan de hand was en me los voelen staan van iedereen. En van mezelf. Ik was toen 28 jaar. Alweer vreselijk lang geleden. De eenzaamheid zal ik nooit weer vergeten. Ik hield na de echtscheiding een paar vriendinnen over die het ook druk hadden met hun eigen leven. Alle gezamenlijke vrienden had ik naar mijn ex toegeschoven. Onder protest heb ik afscheid van hen genomen. Ik wilde hem nooit meer zien of iets van hem horen, ook niet via hen. Daarom.

Mijn werk was toen mijn tweede thuis. Daar waren mensen die me waardeerden, me mochten en meeleefden. Maar van me houden? Natuurlijk wist ik wel dat er mensen waren die van me hielden, maar daar was ik niet mee bezig. Mijn huwelijk was mislukt, het ging niet goed me mij en ik had niets leuks te vertellen. Wie zat er nu op mij te wachten?

Ik ging het huis opknappen waar we samen in gewoond hadden en verkocht het. Stapte over naar een huurhuis en ging op zoek naar een nieuw huis voor mij alleen en dat vond ik. Een heerlijk huis. Ik stripte het van onder tot boven. Werken, klussen, slapen. Werken, klussen slapen. Ik wist soms niet meer wat ik met mezelf aan moest, stapte op de fiets voor een ommetje en racete naar huis om weer te klussen.

Ik durfde niet te voelen. Ik kon helemaal niet meer voelen. Ik was op, emotioneel afgebrand en graatmager. En op een dag bedacht ik, dat dit een normale reactie zou kunnen zijn op een hele nare tijd. Een tijd waarin ik ineens heel anders in het leven stond en alles weg was. Niets was immers meer hetzelfde. Ook ik niet. Ik heb toen tegen mezelf gezegd, dat het tijd kost. Dat eenzaamheid niet leuk is en ik mezelf wel op kan vreten van ellende, maar dat het ook een leerzame tijd kan zijn. Een tijd van transformatie. Ineens keek ik er heel anders naar.

Als ik er nu op terugkijk, was dat helemaal waar. Ik zat in alle eenzaamheid te wachten op mensen die me daaruit haalden. Die me geliefd deden voelen en onmisbaar. Maar als ik werd uitgenodigd voor een feestje, was ik er een uur te vroeg en wilde ik na een kwartier alweer weg. Ik voelde me gebroken. Ik kon niet meer aansluiten. Ik was mezelf kwijt, zoals mensen dat zeggen. En die enorme put waar ik maar omheen fietste was te diep en te zwart om mee te dealen. Natuurlijk werkte ik me kapot om niet te hoeven voelen. Niet in staat om van mezelf te houden.

Maar ik bleef erbij en probeerde het bij mezelf uit te houden en langzaam durfde ik weer te openen. Naar de wereld, naar anderen en vooral naar mezelf. Het heeft me een belangrijke les geleerd. Ook voor de eenzame perioden daarna: als ik accepteer dat eenzaamheid een periode van transformatie is, kan ik het tijd geven om langzaam te durven voelen en samenvallen met mezelf. Dan kan ik uit eten gaan, zodat ik iemand kan tegenkomen om mee te kletsen. Of ik kan iemand glimlachend groeten op straat. Een uitgestoken hand aannemen. Ik durfde weer te geloven in de liefde, bouwde een fijne vriendinkring op en begon met de opleiding Psychosynthese om meer te leren over transformatieprocessen.

Het zit dieper. Als je eenzaam bent, kun je niet meer voelen dat je niet meer van jezelf houdt. Pas toen ik het gemis van 'van mezelf houden' kon voelen, kon ik het vullen met verlangen en mezelf helen.